Dinsdagavond, op het Kinderboekenbal, sprak ik met Karel Berkhout van het NRC. Hij wilde graag weten of ik een kindergedicht uit mijn hoofd kende. Lees meer hier.
Het eerste gedicht wat in mijn hoofd opkwam was Landschap van Hendrik Marsman. Het staat in De Ark, een bundel verhalen en gedichten die Annie M.G. Schmidt in 1955 samenstelde.

Geen echt kindergedicht? Daar dacht ik toen helemaal niet over na.
Ik was een jaar of 10 toen ik het uit mijn hoofd leerde en ik vind het nog steeds mooi:
Landschap
In de weiden grazen
de vreedzame dieren;
de reigers zeilen over blinkende meren,
de roerdompen staan
bij een donkere plas
en in de uiterwaarden
galopperen de paarden
met golvende staarten
over golvend gras.
Het gedicht klinkt donker als het over een donkere plas gaat. En als de paarden galopperen galoppeert het gedicht mee. En als de staarten en het gras golven golft het gedicht verder.
Vroeger moest je op school gedichten uit je hoofd leren. Of het ook op mijn school moest weet ik niet meer zeker, maar het zal wel. Hoe dan ook, ik deed het thuis uit vrije wil en ik heb er nooit spijt van gehad. De meeste gedichten die ik toen kon opzeggen zijn blijven hangen. Sommige zijn een beetje aangetast, de tijd heeft hier en daar een hap uit een regel genomen. Maar niet uit Landschap. Dat is nog helemaal heel.





