Ik was een kleine week in Slovenië op uitnodiging van Uitgeverij Miŝ. De Sloveense vertaling van Moeder nummer nul is daar onlangs verschenen.
Mama ŝtevilka nič – Dob pri Domžalah: Miš, 2007. Vertaald door Katjuša Ručigaj.
Het was een bijzondere reis. Tot nu toe kende ik Slovenië alleen vanuit de auto, het was een land om doorhéén te rijden, op weg naar het zuiden. Vanaf nu is het een land om in te blijven. Het zuiden kan best een tijdje wachten. Ik had een prachtige overnachtingsplek: hotel Slamic in Ljubljana.
De stad is elegant en uitnodigend, alles ziet er opgeknapt uit. (Het stadskasteel zag er iets té opgeknapt uit. Daar hadden ze wel wat minder hun best op mogen doen.)
Irena en Janez Miš hadden alles vlekkeloos georganiseerd, zelf het weer was ongewoon zacht. Ik werd naar het oosten en het westen gereden en zag onderweg adembenemend mooie landschappen. Ik ontmoette collega’s en mijn vertaalster en andere mensen uit het boekenvak. Op scholen en in bibliotheken werd ik ontvangen met een hartelijkheid die zijn weerga niet kent. De kinderen hadden bijna altijd iets van me gelezen en ze stelden goede vragen. Na afloop kreeg ik cadeautjes. Een gedichtenbundel die de school van een talentvolle leerling had laten drukken of een prentenboek met kindertekeningen.
Omdat er maar twee miljoen mensen in Slovenië wonen zijn de boekenoplages klein en de prijzen hoog. Bibliotheken zijn dan ook erg belangrijk. Ik zag een paar prestigieuze en indrukwekkende gebouwen. De directeur van de openbare bibliotheek in Ptuj leek op Adriaan van Dis. Hij zei dat ik op deze website moest kijken en dat deed ik met plezier. Zes Sloveense bibliotheken staan op de lijst. De directeur van de bibliotheek in Ptuj zei heel vriendelijk dat ik de volgende keer iets langer in Ptuj moest blijven. Ik zei dat ik dan heel graag in de bibliotheek wilde slapen, in de zaal met de kroonluchters.
Slovenië is de moeite waard, helemaal als Uitgeverij Miš de organisatie in handen heeft.
Alleen de terugweg was een beetje moeizaam. Een uitpuilende koffer en een schilderij van Sloveense bergen onder mijn arm. En er kwam nóg een cadeautje bij: de Mexicaanse griep. Daar ben ik thuis al de hele week mee zoet.










