
Op 11 november zal ik in Aken twee lezingen geven. De Aachener Kinder- und Jugendbuchwochen zijn dan in volle gang.
Op 15 november zal ik aanwezig zijn op de Kinderhoogdag in Overijsse. Gemeentelijke Bibliotheek 13.30 en 15.15 uur.
Van 17-21 november zal ik Slovenië bezoeken. Uitgeverij Miŝ heeft een mooi programma samengesteld met een persconferentie, bezoeken aan schoolklassen en bibliotheken, ontmoetingen met mensen uit het kinderboekenvak en als bonus sightseeing in de bergen.
Op woensdag 27 mei zal ik een bezoek brengen aan twee vestigingen van De Algemene Boekhandel in Amersfoort. Ik ga voorlezen uit Moeder nummer nul en daarna is er nog een extra activiteit.
Van 13.30 uur tot 14.30 uur ben ik aanwezig in de vestiging aan de Emiclaerhof 18.
Van 15.30 uur tot 16.30 uur aan de Leusderweg 186.
De toegang is gratis en reserveren is niet nodig. Van harte welkom.

Vrijdag ben ik teruggekomen uit Saarbrücken, waar ik de Europäische Kinder- und Jugendbuchmesse bezocht. Het was de moeite waard. Ik las twee keer in het Duits voor en praatte met kinderen na. Dat laatste gedeeltelijk met behulp van een tolk. De rest van de tijd liep ik door het kasteeltje waar de boekenbeurs werd gehouden. Er was veel te zien. Alles was bijzonder goed georganiseerd. Hier werd kinderliteratuur serieus genomen, dat was duidelijk!
Natuurlijk was er ook verstrooiing. Donderdag was er een auteursdiner. Vrijdag was er een Tsjechische avond omdat Tsjechië het ere-gastland was. Er werd voorgelezen en muziek gemaakt. Er werd gegeten en gedronken. Toen ik naar bed ging, zag ik dat het voor de rest een mooie, meeslepende avond zou worden met nog meer muziek en nog meer eten en drinken. De volgende morgen zagen sommige auteurs er een beetje pips uit.
In een nabijgelegen galerie was een tentoonstelling van illustraties uit verschillende Europese landen. Geweldig mooi werk was daar te zien.
Het NLPFV had gezorgd voor een ticket eerste klas. Dan mag je op het station in een speciale lounge op je trein wachten. Koffie, thee en ijsjes kosten er niets. Op de terugweg wilde ik graag comfortabel wachten. In de lounge liep een mand rond. Hij had een donkere zonnebril op en kwam langs met in iedere hand een ijsje. Even later had hij alweer twee ijsjes te pakken. Ik keek hem na. Hij was alleen op reis, hij had niemand bij zich. Nog twee keer kwam hij met ijsjes langs. Nu zag ik ook dat hij nogal merkwaardig glimlachte en hij liep snel, alsof hij niet kon wachten met het opeten van zijn buit. Ik moest mijn trein halen en ik weet niet hoelang de ijsmaniak nog is doorgegaan. Ik vroeg me af wat hem bezielde.
Na een inspirerende boekenbeurs kom je meteen een verhaal tegen. Zo gaan die dingen.
Vorige week was ik op de IPABO in Amsterdam, waar ze ieder jaar een kinderboekendag organiseren met schrijvers en illustratoren. Dit keer maakte ik met een groep leerlingen teksten van krantenkoppen. In het begin ging het moeizaam, maar ik weet dat dat er bijhoort. Koppen (ver)knippen en dan? Schuiven en ruilen en plakken. Aan het eind van de les waren er mooie teksten. Over een moord, over een voetbalwedstrijd, over de liefde en over de zee. Sommige leerlingen waren verbaasd over hun eigen prestatie.
‘Dat komt me bekend voor,’ zei ik.

Zo kom je nog eens ergens… De Lier in het Westland.
Ik las in de bibliotheek een verhaal voor over een meisje dat probeert in een neushoorn te veranderen. Daarna maakten de kinderen tekeningen van de dieren die zíj graag wilden worden. Ze schreven erbij waarom. Een leerling van de Prins Willem-Alexander school wilde een haai worden omdat die snel kan zwemmen en mensen opeet. Onder de haai was nog net een uitgegumde vlinder te zien.
Er waren veel tekeningen van bloeddorstige beesten, maar er waren ook veel honden en katten en paarden. Sommige kinderen tekenden fantasiedieren. Eerst vroegen ze of het mocht. Zoiets moet je niet vragen, zei ik. Zoiets moet je gewoon doen.
Vreemd genoeg was er een snackbar aan de bibliotheek vastgebouwd. De bibliothecaresse was zo aardig me een eind verderop een lunch aan te bieden. We liepen over bruggetjes en langs het water en toen vond ik het Westland best mooi.
Op scholenbezoek in Limburg. Reuver om precies te zijn. Eerst bezocht ik Bösdael, een brede school met allerlei extra’s. Ik werd meegenomen naar het zorgcentrum om daar de voorleestroon te bekijken. Maar ik werd vooral in beslag genomen door een minder belangrijk item: in de hal van de school hingen vellen met opgeplakte zilveren kinderneuzen. Ik zag voor me hoe die genaakt waren. Al die kinderen hadden hun neus in een bakje gips gestoken, zo stelde ik me voor. Daarna mochten ze hun eigen neusafgietsel zilver schilderen.
Maar het was beslist een indrukwekkende school. De klas was heel plezierig en goed voorbereid. Ik las voor en daarna bleek dat er nog een schrijver aanwezig was. Kwint had een verhaal gemaakt en dat wilde hij wel voorlezen. De eerste zin was zo goed dat ik enthousiast werd: Er was eens een spion dus ik kan niet vertellen hoe hij heet.
De volgende school was De Meander, ook daar hadden ze zich goed voorbereid. Ze stelde zoveel vragen dat de tijd zó om was. Ze wilden niet alleen weten hoe oud ik was en of ik een lievelingsboek had maar ook of de financiële crisis invloed had op schrijvers. En of ik een vertaling zelf moest betalen. En ze snapten meteen dat een kort verhaal soms meer tijd nodig heeft dan een lang.

Afgelopen zondag gaf ik les op de IMC weekendschool. Er was ook een ongelooflijk stoere streetdancer en de kinderen mochten aan het eind van de dag laten zien wat ze van hem geleerd hadden. Mijn les was natuurlijk een stuk saaier. Ik las een stukje voor, beantwoordde vragen en gaf een schrijfopdracht. Bijna alle kinderen riepen dat ze helemáál niets konden verzinnen, maar dat viel reuze mee. Aan het eind van mijn dag waren er een heleboel mooie woorden en zinnen. Ik kreeg een IMC weekendschoolschrift. Er stond al wat in.
Op dinsdag 25 november zal ik te gast zijn in Kunststof - een radioprogramma van de NPS om daar te praten over Moeder nummer nul. Te beluisteren in het archief

Het is vreemd om naar een toneeluitvoering van je eigen boek te kijken. Tote Maus für Papas Leben, gebaseerd op Een kleine kans, is een bijzonder project. De regie van Rob Vriens is eigenzinnig. Meerdere acteurs spelen tegelijk één personage en soms speelt één acteur één personage. En dat wisselt dan ook nog. Het mooie is dat het niet verwarrend is. Het geeft het verhaal vaart. Omdat het stuk kwaliteit had vond ik het niet erg dat hier en daar iets flink was uitvergroot. Zo was de rol van Margje, Kieks vriendin, opgeblazen tot een karikatuur. Op het toneel werkt dat heel goed.
Na afloop werd ik geïnterviewd. Dat was informeel en gezellig.
De rest van mijn dagen in Frankfurt verliepen goed. Ik werd zowel door Querido als Bloomsbury in de watten gelegd. Het was een kwestie van een taxi bellen en me laten vervoeren naar een restaurant of één van de enorme Buchmesse-hallen. Sommige chauffers waren aardig maar er waren er een paar die net deden alsof ze zo snel mogelijk een pakket van a naar b moesten brengen. Dan kwam ik kotsmisselijk en doorelkaar geschud aan.
Op de Buchmesse zelf was er van alles veel: boeken, mensen, warmte, lawaai. Er was van één ding weinig: frisse lucht.
Meestal verlies ik de moed bij het zien van veel boeken. Ik kan me niet voorstellen dat ik daar nog iets aan toe te voegen heb. Nu kwam ik juist geïnspireerd terug. Zin om verder te schrijven.