Mila en Luna willen graag schrijftips. Die vraag krijg ik wel vaker. In het interview in het HOI tijdschrijft komt het ook ter sprake. Ik vind het nooit gemakkelijk om zo in het algemeen goede raad te geven, maar een paar dingen kan ik er wel over zeggen. Toch een paar tips dus.
Veel oefenen en je zeker niet bezighouden met hoe je verhaal eruit gaat zien. Het gaat in het begin echt alleen maar om wát je schrijft. Maak je vooral niet druk om het lettertype en dat soort zaken.
Heel veel lezen. Van veel verschillende schrijvers, want als je alles van één schrijver leest kun je die expres of per ongeluk na gaan doen.
Hardop lezen wat je hebt geschreven. Zo hoor je of je zinnen goed lopen.
Niet te veel uitleggen. Als iemand bijvoorbeeld boos is kan hij hard praten, met de deuren smijten en op de trap stampen. Je hoeft dan echt niet meer uit te leggen dat hij boos is.
Lelijk durven schrijven: daarmee bedoel ik dat je soms dingen moet uitproberen. Het maakt dan niet uit of het mooi wordt of niet, want je kunt het later altijd nog veranderen.Je moet een beetje kunnen aanrommelen.
Zelf ben ik héél vroeg begonnen en ik heb jarenlang aangerommeld.
En nu we toch bezig zijn nog een vraag. Van Celine. Maar ze is niet de eerste. Of ik informatie wil geven voor een boekbespreking. Dat wil ik best. Ik heb alleen niet zoveel extra informatie. Het meeste staat op deze website en op Internet kun je ook veel vinden als je zoekt op mijn naam en de titel van het boek waarover je iets wilt weten. Als je een extra vraag hebt over iets wat je niet kunt vinden, mag je hem altijd stellen. Het liefst een bijzondere vraag. Dan beantwoord ik hem hier.
Een vraag van David: Gaat er volgend jaar weer een nieuw boek verschijnen? Dat is geen moeilijke vraag. Het antwoord is ja. Wanneer precies weet ik nog niet. Waar het over gaat weet ik wel, maar ik vertel er zo min mogelijk over. Als ik te veel over iets praat hoef ik er niet meer over te schrijven. Ik moet zelf ook een beetje nieuwsgierig blijven naar de woorden.

Nu de kinderboekenweek bijna begint, praat ik veel over schrijven. Zo kreeg ik laatst weer een vraag over de lievelingsboeken uit mijn jeugd. Al eerder schreef ik daar iets over. (Hier en hier.)
Al een paar weken ligt David ontdekt de wereld van Anne Holm op mijn bureau. Ik heb het vroeger gelezen. Meerdere keren. Het maakte diepe indruk op me en raakte me tot in mijn ziel. Al lezend werd ik David. Ik vergat dat ik een boek las.
Ik wil David ontdekt de wereld opnieuw gaan lezen, maar ik durf er niet goed aan te beginnen. Ik ben bang dat het verhaal gekrompen is, zoals plaatsen uit je jeugd kunnen krimpen. Zoals gangen smaller worden en kamers kleiner. Ik vrees dat ik al lezend mezelf zal blijven. Dat ik de hele tijd zal weten dat ik een boek lees. Misschien is een gekrompen David nog indrukwekkend genoeg. Maar het lijkt me beter alles te laten zoals ik het me herinner. David gaat terug in de kast.

Dat had ik nooit moeten doen: schrijven over lievelingsboeken. De ene herinnering na de andere komt langsgeschoven. Wiplala, De kinderen van Bolderburen, Winnie de Poeh, De dood van Winnetou. In mijn hoofd ontstaat een eindeloze rij. De meeste boeken heb ik bewaard. Ook Paultje en het paarse krijtje staat nog steeds in mijn kast. Crocket Johnson schreef en tekende het in 1955. (De Nederlandse vertaling is in 2000 opnieuw uitgegeven.) Paultje heeft een krijtje. Daarmee tekent hij zijn eigen wereld. Een weg, een draak, een oceaan waar hij bijna in verdrinkt, een stad en tenslotte zijn eigen bed. Het is een mooi simpel boekje, maar ik weet nog goed dat ik het enorm spannend vond. Duizelingwekkend. Zielig ook. Paultje is overgeleverd aan zijn eigen fantasie. Als hij honger krijgt tekent hij paarse pasteitjes. Ook het veilige bed, waarmee het verhaal eindigt, moet hij eerst zelf tekenen.
Toen ik Paultje en het paarse krijtje voor het eerst las was ik nog te jong om precies te begrijpen waarom ik het zo spannend vond. Nu weet ik dat ik bang was om in mijn eigen hoofd te verdwalen. Wat zou er gebeuren als ik per ongeluk iets vreselijks verzon? Stel je voor dat alles echt zou bestaan. En nog erger: dat er verder niets anders zou bestaan. Huiveringwekkend!